Beknopt historisch overzicht van de site

1935: Landbouwer G. Van Gijseghem vindt bij de aanleg van een aalput enkele scherven en een volledig urntje.

1946: Tijdens een bezoek aan de landbouwer bemerkt onderpastoor De Brouwer (plaatselijke historicus) het urntje. Van 6 tot 9 augustus voert hij naast de bewuste aalput een beperkte opgraving uit. Op 1,70 m diepte vindt hij de eerste opstapeling van Romeinse vondsten, waarbij een zwaard (gladius). In oktober 1946 liet de onderpastoor op 100 m van zijn opgraving drie putten graven en stootte daarbij op een laag doorspekt met Romeinse dakpannen.

1947: Landbouwer G. Van Gijseghem liet geen opgravingen meer toe. Op 7 juli 1947 deed hij zelf een poging om een opgraving te verwezenlijken, zonder het verhoopte resultaat. Op 16 september 1947 wordt aangevangen met uitgebreide opgravingen die leiden tot het ontdekken van een Romeinse woning.

1949: In januari 1949 ontdekt landbouwer C. Roels bij het plaatsen van een paal de funderingen van een muur. Weer komen Romeinse voorwerpen te voorschijn.

1950: De opgravingen die doorgingen van 27 februari tot 14 maart leidden tot het ontdekken van een Gallo-Romeins heiligdom.

1951: Van 5 maart tot 17 maart 1951 werden bijkomende opgravingen gedaan langs de zuidkant van het heiligdom. Dit leidde tot sporen van een vermoedelijke nederzetting. Van 10 september 1951 tot 18 september 1951 werden verdere opgravingen gedaan langs de westelijke zijde van het heiligdom. Hierbij ontdekte men een afvalput met verbrande resten die vermoedelijk afkomstig waren van een eerste tempeltje

2006_2Een beeld van de opgravingen met op de voorgrond onderpastoor De Brouwer. (c) Universiteit Gent dossier prof. dr. J. S. De Laet.

Wie graag deze geschiedenis uitgebreid leest kan dit in de brochure: “Hofstade onder de archeologische loep” die is uitgegeven naar aanleiding van de tentoonstelling over deze site in september 2005.