Situering van de site in de geschiedenis

Het ijzertijdgrafveld ontdekt op de zuidelijke helling van Steenberg dateert van de laatste eeuwen vóór onze jaartelling, de zogenaamde La Tène-periode. Er bestonden twee soorten graven: beendergraven en urnegraven. Kort voor het midden van de 1ste eeuw van onze jaartelling ontstond er een kleine nederzetting rond het heiligdom (fanum) op de top van de Steenberg. Dat deze kleine nederzetting gebouwd is op het ijzertijdgrafveld, duidt erop dat er geen bewoning is geweest tussen de ijzertijdperiode en de Romeinse periode. Omstreeks het midden van de 2de eeuw verwoestte een brand dit eerste fanum. De restanten werden in kuilen begraven binnen de omheining (temenos) van het heiligdom. Een tweede fanum werd opgericht. Het was dit fanum dat in 1949 werd opgegraven door professor De Laet van de Universiteit Gent. Dit tweede fanum kende een rustig bestaan tot het midden van de 3de eeuw. Toen ging het vermoedelijk ten onder aan de eerste invallen van de barbaren. Het werd nooit meer opgericht en de restanten ervan werden nooit begraven. Tot in de vroege middeleeuwen kende deze site geen menselijke activiteit meer. De ruïnes werden in deze periode gebruikt als steengroeve. De nog bruikbare materialen werden verwerkt in nieuw op te trekken gebouwen. Wellicht voor de abdij van Meerhem die op het einde van de 9de eeuw werd gebouwd.

Zo zag en woning eruit in de ijzertijd. (c) Jef Avoux

Zo zag en woning eruit in de ijzertijd.
(c) Jef Avoux