Sfeerbeelden lezing 25/10/2013

Naar aanleiding van de archeologische lezing op 25/10/2013 over “Import via transportamforen in Gallia Belgica” door Dr. Patrick Monsieur geven we hier enkele sfeerbeelden over deze boeiende, gezellige avond. Een verslag over deze lezing kan men terugvinden in het ledenblad van de H.K. Denderland jaargang 12 nr.1, blz 8-10.

Deze diashow vereist JavaScript.

Lezing 25/10/2013

2013-10-25 lezing002 (3) Hierbij wordt iedereen uitgenodigd op de volgende activiteit van de archeologische werkgroep van de HK Denderland.

Import van goederen is sinds mensenheugenis een ingeburgerd gegeven. Sinds de prehistorische periodes kenden men al de ruilhandel van verschillende materialen en producten, waardoor de verspreiding van deze goederen steeds een grotere reikwijdte kenden. In de Romeinse periode werd de transport van allerhande goederen en producten een echte economische bedrijvigheid, die zowel over land als via diverse waterwegen en zelfs overzeese konvooien verliep. Een van de voornaamste voorwerpen die daarvoor werden gebruikt waren amforen. Door hun grootte en robuuste vorm kenden zij een goede conservering in de archeologische bodems. Bij opgravingen op Romeinse sites komen er steeds scherven of zelfs volledige exemplaren te voorschijn. Amforen zijn gekend in alle soorten vormen en afmetingen. Waarvoor zij gediend hadden en hoe ze overal op de sites terecht kwamen bleef een raadsel. Intens interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek naar afkomst van deze amforen leidde er toe dat men reisroutes kon reconstrueren en in kaart brengen. Amforen opgevist uit de Noordzee speelden hierbij een belangrijke rol. Restanten van achtergebleven producten in de amforen maakten het mogelijk om via residuanalyses te achterhalen welke producten er werden getransporteerd.

Over het hoe en waarom van deze transportproblematiek in onze regio’s zal Dr. Patrick Monsieur ons op een wetenschappelijke manier trachten wegwijs te maken. Dr. Patrick Monsieur behaalde het licentiaatsdiploma Archeologie en Kunstgeschiedenis, richting Grieks- Romeinse en Nationale archeologie aan de Universiteit Gent in 1986 met een thesis onderwerp over Grieks religieuze architectuur op het eiland Talos. In 2000 kwam hij als assistent bij de vakgroep waar hij vijf jaar later doctoreerde over Mediterane amforen in de civitates Nerviorum en Menapiorum. Identificatie, epigrafie, chronologie, kwantificering en interpretatie van de vondsten in Velzeke en Kruishoutem. Sinds 2006 is hij doctor assistent aan de vakgroep archeologie.

Opbouw van de tentoonstelling

Maandag 19/09/2005. Die dag begon het circus. Alles wat we in het voorafgaande jaar hadden voorbereid, moest op vier, vijf dagen uitgevoerd worden want op vrijdagavond 23/09/2005 om 20 uur zou de tentoonstelling geopend worden. Het was rond 9 uur die bewuste maandagmorgen toen een grote vrachtwagen de parking van het Parochiaal Centrum van Hofstade kwam opgereden. Willy, Jef, Marc en Romain waren aanwezig. Toen het luik van de vrachtwagen werd geopend, waren we alle vier een klein beetje overdonderd. Prof. Marc Rogge en vier van zijn personeelsleden waren gelukkig aanwezig en onmiddellijk kon men vaststellen dat deze mensen beroepshalve wisten wat ze te doen hadden. Na een goed uur was de vrachtwagen geledigd en stond alles opengespreid in de zaal van het parochiaal centrum. Tegen de middag stonden de eerste panelen met ingewerkte kasten en verlichting reeds recht. Op het einde van de tweede dag stond gans dit decor recht en kon men beginnen met de opvulling van de kasten.

Alle archeologische objecten werden overgebracht, een spannende belevenis want alles moest met de grootste omzichtigheid behandeld worden. Willy kweet zich voorbeeldig van deze taak en aan hem is het ook te danken dat met de minste verplaatsing van de objecten alles geordend stond. Samen hadden we tijdens de voorbereiding alles zodanig ingepakt en onze les zo goed uit het hoofd geleerd dat ik maar moest vragen “Willy, materiaal ijzertijd”, en in een wenk werd ik bediend. Wat een luxe.

Gudrun en Gunivière waren speciaal overgekomen van Velzeke om samen met Willy en mij de kasten op te vullen. Deze beide dames die speciaal opgeleid zijn voor deze taak en voor het behandelen van archeologische objecten, toverden alle kasten om tot feeërieke etalages.

Het was vrijdagmiddag toen alles klaar stond. Het spannende aftellen naar de opening kon beginnen. Was ik nerveus? Neen, voor zo een klein beetje.

Het begin van een zenuwslopende week.

Het begin van een zenuwslopende week.

 
Het middenblok werd rechtgezet, passen, meten en ja, zelfs een vloekske.

Het middenblok werd rechtgezet, passen,
meten en ja, zelfs een vloekske.

 
De opvulling van de kasten kan beginnen.

De opvulling van de kasten kan beginnen.

   
Gunivière en Romain, elk voorwerp draaien en keren tot het goed ligt.

Gunivière en Romain, elk voorwerp draaien
en keren tot het goed ligt.

   
Het ophangen van prehistorische artefacten, een blikvanger van de tentoonstelling.

Het ophangen van prehistorische artefacten,
een blikvanger van de tentoonstelling.

   
Gudrun onderwerp elk voorwerp aan een grondige controle voor het in een van de kasten verdwijnt.

Gudrun onderwerp elk voorwerp aan een grondige
controle voor het in een van de kasten verdwijnt.

Opbouw van de maquette

“Het is toch iemand met een eindeloos geduld.” Dat waren woorden die in deze dagen dikwijls werden herhaald. Inderdaad, Johnny die de taak op zich had genomen om de site van de Steenberg te reconstrueren, kweet zich plichtsbewust van deze taak. Toen ik hem de vraag stelde of hij de opbouw van dit project zag zitten, vroeg hij heel kalm “Hoeveel tijd gun je mij?”. “Eén jaar”, was het antwoord, “OK, komt voor elkaar.” Steeds op dezelfde kalme rustige manier zonder veel woorden.

Bij de regelmatige bezoeken die we hem brachten om bepaalde zaken te overleggen, waren we steeds verwonderd over de aanpak en de vooruitgang die hij maakte. Elke maand ging hij mee naar de werkvergaderingen te Velzeke en steeds had hij zijn vragenlijst klaar om prof. Marc Rogge bijkomende informatie te vragen.

Ik herinner mij levendig de discussie over het al dan niet aantonen van de tweede ingang in het fanum. Prof. Rogge vond dat dit niet kon omdat nooit met zekerheid is aangetoond of het wel om een tweede ingang ging. Ondanks dat wij wisten dat zijn fanum reeds gemaakt was met de tweede ingang, kwam hij thuis, sloopte het gedeelte van de maquette en herbegon in alle kalmte en zonder één woord.

Na één jaar resulteerde dit geheel in een maquette van 3 m x 1,50 m. De hoeveelheid tubes lijm en verf zou ik niet meer durven te vernoemen, ook de uren niet die dat gekost moet hebben, en steeds op dezelfde kalme toon: “Je doet het graag of niet”.

De verhuis naar de tentoonstelling was ook nog een kleine expeditie op zichzelf, doch met de logistieke steun van Velzeke en een vrachtwagen kwam alles zonder problemen terecht. Na de tentoonstelling is de maquette overgebracht naar de boerderij van de intussen overleden ereburgemeester van Gijzegem, de heer Lejuste, waar ze nu staat te wachten op een eindbestemming.

Johnny tracht ons wegwijs te maken in de maquettebouw.

Johnny tracht ons wegwijs te maken
in de maquettebouw.

 
De verhuis naar de tentoonstellingsruimte.

De verhuis naar de tentoonstellingsruimte.

   
De maquette tijdens de opbouw van de tentoonstelling.

De maquette tijdens de opbouw
van de tentoonstelling.