Uniek urnengrafveld opgegraven in Hofstade

Bron: archeonet

Sinds april wordt bij Hofstade (Aalst) een grafveld opgegraven door een team Nederlandse en Vlaamse archeologen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Er werd rekening gehouden met de vondst van 200 crematiegraven, maar er zijn tegen de 426 aan het licht gekomen. Veruit de meeste graven dateren in de periode Late Bronstijd-Vroege IJzertijd (grofweg 1000 – 500 voor Chr.). Nergens in België zijn zoveel graven uit dit tijdvak tijdens een archeologische opgraving onderzocht.

De graven bestaan doorgaans uit een urne met daarin verbrand menselijk bot. Regelmatig zijn kleine potjes toegevoegd, een enkele maal ook voorwerpen van brons zoals haarnaalden. Enkele graven bevatten zelfs drie of vier potten. Een unieke vondst is een bronzen zwaard, dat in stukken in een van de urnes was gelegd. Destijds werden zwaarden zelden als grafgift gebruikt. De aanwezigheid van aanzienlijke personen in Hofstade komt verder naar voren uit enkele grote kringgreppels – aan de voet van de inmiddels verdwenen grafheuvel – met diameters tot 18 en 24 m.

Naast de graven van het prehistorische grafveld is een handvol brandgraven uit de Romeinse tijd aan het licht gekomen, alsmede de plattegronden van bijgebouwtjes en opslagkuilen uit de Midden IJzertijd (500-250 voor Chr.). De opgraving levert daardoor een grote bijdrage aan de kennis over de late prehistorie in Vlaanderen en de streek rond Aalst en Hofstade in het bijzonder. Voor wat betreft de Romeinse tijd was Hofstade al een bekende naam omdat hier rond 1950 al de resten van een Gallo-Romeins heiligdom waren gevonden.

De vindplaats ligt aan de westkant van Hofstade, op een terrein waar in de nabije toekomst woningen zullen worden gebouwd in opdracht van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen.


Bron: Aalst.tv

“Het onderzoek werd zonet afgerond en de resultaten zijn spectaculair: het urnengrafveld dat werd opgegraven oversteeg de verwachtingen van het vooronderzoek want maar liefst 426 crematiegraven kwamen aan het licht. Veruit de meeste graven dateren van de periode Late Bronstijd-Vroege IJzertijd (grofweg 1000 – 500 voor Chr.). Nergens in ons land zijn zoveel graven uit dit tijdvak tijdens een archeologische opgraving onderzocht,” aldus Karim Van Overmeire, schepen van Erfgoed.

Naast de graven van het prehistorische grafveld is een handvol brandgraven uit de Romeinse tijd aan het licht gekomen, alsmede de plattegronden van bijgebouwtjes en opslagkuilen uit de Midden IJzertijd (500-250 voor Chr.).

“Deze opgraving levert een grote bijdrage aan de kennis over de late prehistorie in Vlaanderen en de streek rond Aalst en Hofstade in het bijzonder. Voor wat betreft de Romeinse tijd was Hofstade al een bekende naam omdat hier rond 1950 al de resten van een Gallo-Romeins heiligdom waren gevonden. Gezien het wetenschappelijk belang van de site en de collectie en de kwetsbaarheid van de vondsten, en het zeer grote volume is het opportuun om deze collectie goed te bewaren en te beheren,” aldus nog Van Overmeire.

Het team van archeologen maakte een video van de archeologische opgravingen te Hofstade: https://vimeo.com/170808545

Foto’s Jean-Pierre Swirko

Walter de Swaef Zonder enige twijfel het belangrijkste grafveldonderzoek dat in Aalst en wijde omgeving plaats vond. Op korte termijn zijn nu sporen van drie belangrijke bronstijdsites in Aalst opgegraven : Hofstade, Sint-Paulus/Ten Roosen en Siesegemkouter. Meer en meer zijn er aanwijzingen dat wat nu Aalst is, reeds vanaf 2000 v.Chr vrij intensief bewoond was.

Deze diashow vereist JavaScript.

https://www.facebook.com  

Sfeerbeelden lezing 25/10/2013

Naar aanleiding van de archeologische lezing op 25/10/2013 over “Import via transportamforen in Gallia Belgica” door Dr. Patrick Monsieur geven we hier enkele sfeerbeelden over deze boeiende, gezellige avond. Een verslag over deze lezing kan men terugvinden in het ledenblad van de H.K. Denderland jaargang 12 nr.1, blz 8-10.

Deze diashow vereist JavaScript.

Opbouw van de maquette

“Het is toch iemand met een eindeloos geduld.” Dat waren woorden die in deze dagen dikwijls werden herhaald. Inderdaad, Johnny die de taak op zich had genomen om de site van de Steenberg te reconstrueren, kweet zich plichtsbewust van deze taak. Toen ik hem de vraag stelde of hij de opbouw van dit project zag zitten, vroeg hij heel kalm “Hoeveel tijd gun je mij?”. “Eén jaar”, was het antwoord, “OK, komt voor elkaar.” Steeds op dezelfde kalme rustige manier zonder veel woorden.

Bij de regelmatige bezoeken die we hem brachten om bepaalde zaken te overleggen, waren we steeds verwonderd over de aanpak en de vooruitgang die hij maakte. Elke maand ging hij mee naar de werkvergaderingen te Velzeke en steeds had hij zijn vragenlijst klaar om prof. Marc Rogge bijkomende informatie te vragen.

Ik herinner mij levendig de discussie over het al dan niet aantonen van de tweede ingang in het fanum. Prof. Rogge vond dat dit niet kon omdat nooit met zekerheid is aangetoond of het wel om een tweede ingang ging. Ondanks dat wij wisten dat zijn fanum reeds gemaakt was met de tweede ingang, kwam hij thuis, sloopte het gedeelte van de maquette en herbegon in alle kalmte en zonder één woord.

Na één jaar resulteerde dit geheel in een maquette van 3 m x 1,50 m. De hoeveelheid tubes lijm en verf zou ik niet meer durven te vernoemen, ook de uren niet die dat gekost moet hebben, en steeds op dezelfde kalme toon: “Je doet het graag of niet”.

De verhuis naar de tentoonstelling was ook nog een kleine expeditie op zichzelf, doch met de logistieke steun van Velzeke en een vrachtwagen kwam alles zonder problemen terecht. Na de tentoonstelling is de maquette overgebracht naar de boerderij van de intussen overleden ereburgemeester van Gijzegem, de heer Lejuste, waar ze nu staat te wachten op een eindbestemming.

Johnny tracht ons wegwijs te maken in de maquettebouw.

Johnny tracht ons wegwijs te maken
in de maquettebouw.

 
De verhuis naar de tentoonstellingsruimte.

De verhuis naar de tentoonstellingsruimte.

   
De maquette tijdens de opbouw van de tentoonstelling.

De maquette tijdens de opbouw
van de tentoonstelling.

De samenwerking met PAM-Velzeke

“Knijp me in de arm want ik geloof het niet”, dat waren de eerste woorden die ik mompelde toen we die bewuste woensdagnamiddag de archeologische bibliotheek verlieten. Nochtans was het ons gedane aanbod geen fantasie maar werkelijkheid. Toen we tijdens ons opzoekingswerk in de bibliotheek werden aangesproken door een vriendelijke man die ons beleefd vroeg wat we daar deden, stelde ik onze werkgroep voor en ook ons project. Deze heer luisterde aandachtig en geboeid naar mijn uiteenzetting. Ik vertelde hem ook van het probleem van de tentoonstellingskasten. Toen mijn pleidooi was geëindigd zei hij: “Dat kan toch geen probleem zijn. Wilt u even meekomen naar mijn bureau?” Nog altijd niet wetende met wie ik de eer had, volgde ik hem. Eens in zijn kantoor stelde hij zich voor als de hoofdconservator van het PAM- Velzeke prof. Marc Rogge, zelf auteur van verschillende wetenschappelijke archeologische werken. Heel rustig zei hij me dat een samenwerking voor de organisatie van onze tentoonstelling gemakkelijk kon via een samenwerking met het PAM-Velzeke. Dit zou zeker niet ons eerste project zijn, wist hij me te vertellen. De overeenkomst was vlug gemaakt. Wij zorgden voor de uitwerking van de tentoonstelling, het materiaal, de verzekeringen en de teksten voor de bijgaande brochure. Het PAM zou zorgen voor de logistieke steun, kasten, verlichting, personeel om de tentoonstelling op te zetten, lay-out van de brochure en de affiche. We spraken af dat we elke maand een werkvergadering zouden houden in het museum te Velzeke om de vorderingen en de voorkomende problemen op te lossen.

 
2007-01-27 b 1169463562

Zoals steeds werden we bij elke werkvergadering hartelijk ontvangen aan de balie van het museum.

 
Sfeerbeeld van één van de vele werkvergaderingen. Van links naar rechts: Johnny De Mol, Willy Van Paepeghem, An Van Den Brempt, Romain De Moor, Marc Rogge.

Sfeerbeeld van één van de vele werkvergaderingen.
Van links naar rechts: Johnny De Mol, Willy Van
Paepeghem, An Van Den Brempt, Romain De Moor,
Marc Rogge.

In deze periode was het regelmatig heen en weer rijden naar Velzeke voor het afleveren van teksten voor de verschillende panelen, lay-out voor de affiche en dergelijke meer. Doch was het elke maand aangenaam om naar de werkvergaderingen te gaan, want steevast kregen we op het einde van de vergadering nog een boeiende archeologische les van prof. Marc Rogge. Hij was ook een welgekomen bron van informatie voor Johnny die met de opbouw van de maquette steeds raad kon vragen van hoe of wat of waarom. Het eindresultaat van deze maquette was dan ook prachtig. Ook via het Pam kwamen we met mensen van de provincie in contact waaronder Luc Lievens die voor ons van onschatbare waarde is geweest. Ook Gudrun en Gunivière hebben voor ons prachtig werk geleverd bij het invullen van de tentoonstellingskasten. En zeker niet te vergeten de mensen van de logistieke steun die een ganse week hard hebben gewerkt bij de opbouw. We mogen er trots op zijn dat we als HK zo een professionele begeleiding hebben gekregen. Het eindresultaat was dan ook gewoon prachtig. Hier wil ik nogmaals onze dank uiten naar het PAM- Velzeke, vooral naar prof. Marc Rogge en zijn team.

 
Prof. Marc Rogge bekijkt aandachtig het fotoalbum van de opgravingen op de site Steenberg.

Prof. Marc Rogge bekijkt aandachtig het fotoalbum
van de opgravingen op de site Steenberg.

Eerste voorbereidend werk voor de tentoonstelling

Zoals reeds eerder vermeld lag het in onze bedoeling om rond het thema van de Steenberg een groots opgezette tentoonstelling te organiseren. Een werkgroep werd samengesteld binnen het bestuur van de HK Denderland. Deze bestond uit Willy Van Paepeghem, Hubert Timmerman en Romain De Moor. Johnny De Mol verleende graag zijn medewerking als losse medewerker, en Ann Van Den Brempt en Joris Sergeant, beide archeoloog en lid van de HK, zodat de kern uit zes personen zou bestaan. Patrick Monsieur fungeerde als tussenpersoon voor de HK Denderland en het museum Het Pand. Natuurlijk kregen we steeds en zonder probleem de medewerking van de overige leden van het bestuur van de HK. Dit geheel leidde tot een prachtige samenwerking. We waren van de gedachte uitgegaan om een tweeledige tentoonstelling op te zetten. Het plan was als volgt: we delen de zaal van het parochiecentrum van Hofstade in twee. Het eerste gedeelte was een totaal overzicht van “wat is archeologie?” met een kijk op de steentijden, fauna van deze periode, bronstijd en ijzertijd. Het tweede gedeelte zou volledig gewijd zijn aan het Gallo-Romeinse heiligdom van de Steenberg met de bedoeling om een groot deel van het archeologisch materiaal terug naar Hofstade te brengen. De tentoonstelling zou lopen in de maand september 2005 over in totaal negen dagen. Zij zou de naam dragen “Hofstade onder de archeologische loep”.

De eerste afspraken werden gemaakt en we kregen de toestemming van het stadsmuseum van Aalst, en het museum Het Pand van Gent om de archeologische voorwerpen in bruikleen te krijgen voor de tentoonstelling. Van Walter De Swaef, plaatselijk archeoloog en nauw verbonden met verschillende archeologische projecten kregen we het materiaal in bruikleen van de ijzertijdsites Leeds Houwken en Lange Haag te Gijzegem.

Om praktische reden en ook om geen onnodige risico’s te lopen op eventuele schade, werd er vanaf gezien het materiaal van Leuven te laten overkomen. Het ging hier trouwens om hetzelfde materiaal als dat aanwezig is in het museum van Aalst.

Nu dit alles in orde was kwam het volgende probleem aan de orde. Al dit materiaal moest onder gebracht worden in glazen kasten voor de veiligheid en voor de verzekering. “Waar halen we dit allemaal bijeen?” was in die periode mijn kopzorg nummer één.

Johnny die werd gevraagd om een maquette van de site te bouwen, nodigde ons uit om in de bibliotheek van Velzeke op onderzoek uit te gaan hoe zo’n fanum er eigenlijk uitzag. Ook hier kregen we onmiddellijk de toestemming om ons speurwerk te laten doorgaan. Achteraf is gebleken dat dit bezoek aan Velzeke het belangrijkste moment geweest was in de opbouw van onze tentoonstelling. Hierop kom ik terug in een volgend verslag.

Natuurlijk kan men wel denken dat de organisatie van deze tentoonstelling ons vooropgezette doel van de algemene inventarisatie voor een klein jaartje in een hoekje plaatste. Doch blijft deze inventarisatie het hoofddoel van dit ganse project waarbij ik me soms de vraag stelde “waarheen zal deze weg me leiden?”

 
Aandachtig opzoekingswerk in de archeologisch bibliotheek van Velzeke.

Aandachtig opzoekingswerk in de archeologisch
bibliotheek van Velzeke.

 
Johnny en Hubert op zoek in de vakliteratuur.

Johnny en Hubert op zoek in de vakliteratuur.

   

Onderzoek te Leuven

Via geschreven bronnen en mondelinge kanalen waren we te weten gekomen dat er ook archeologische objecten van de site Steenberg zich te Leuven bevonden op twee locaties, nl. in het stedelijk museum Vander Kelen-Mertens en op de afdeling letteren en wijsbegeerte afd. archeologie op de K.U. Leuven. Na contact te hebben opgenomen met prof. Lodewijckx kregen we hier ook de toestemming om dit materiaal allemaal vast te leggen op de gevoelige plaat. Op het zelfde ogenblik hebben we natuurlijk ook deze artefacten aan een eerste studie onderworpen en de nodige nota’s genomen. Toen we op 28/05/2004 ons naar Leuven begaven waren we aangenaam verrast door het warme onthaal van prof. Lodewijckx, die ons met raad en daad heeft bijgestaan. Hij fungeerde ook als contactpersoon met het stedelijk museum Vander Kelen-Mertens. Waarvoor onze hartelijke dank. Eén van de opmerkelijke stukken die we in de collectie van de K.U. Leuven ontdekten, was een prachtige scherf met druiventrosmotief. En ook een tamelijke grote hoeveelheid kleine glasscherven. Samen met de glasscherven in het museum van Aalst geven deze ons een eerste inzicht op de hoeveelheid glazen voorwerpen die er vermoedelijk aanwezig waren op de site. De negen urnen die zich in het museum Vander Kelen-Mertens bevinden, zijn een mooie aanvulling op deze die zich te Aalst bevinden. Een verdere beschrijving en telling van al dit materiaal zal men kunnen terug vinden in het eindresultaat van onze inventarisatie.

Alvorens een artefact te fotograferen, neemt Hubert de nodige nota's.

Alvorens een artefact te fotograferen,
neemt Hubert de nodige nota’s.

 
Romain onderwerpt elk voorwerp aan een nauwkeurig onderzoek.

Romain onderwerpt elk voorwerp
aan een nauwkeurig onderzoek.

 
Hubert bij de tentoonstellingskast van het museum Vander Kelen-Mertens te Leuven.

Hubert bij de tentoonstellingskast van het
museum Vander Kelen-Mertens te Leuven.