Opbouw van de maquette

“Het is toch iemand met een eindeloos geduld.” Dat waren woorden die in deze dagen dikwijls werden herhaald. Inderdaad, Johnny die de taak op zich had genomen om de site van de Steenberg te reconstrueren, kweet zich plichtsbewust van deze taak. Toen ik hem de vraag stelde of hij de opbouw van dit project zag zitten, vroeg hij heel kalm “Hoeveel tijd gun je mij?”. “Eén jaar”, was het antwoord, “OK, komt voor elkaar.” Steeds op dezelfde kalme rustige manier zonder veel woorden.

Bij de regelmatige bezoeken die we hem brachten om bepaalde zaken te overleggen, waren we steeds verwonderd over de aanpak en de vooruitgang die hij maakte. Elke maand ging hij mee naar de werkvergaderingen te Velzeke en steeds had hij zijn vragenlijst klaar om prof. Marc Rogge bijkomende informatie te vragen.

Ik herinner mij levendig de discussie over het al dan niet aantonen van de tweede ingang in het fanum. Prof. Rogge vond dat dit niet kon omdat nooit met zekerheid is aangetoond of het wel om een tweede ingang ging. Ondanks dat wij wisten dat zijn fanum reeds gemaakt was met de tweede ingang, kwam hij thuis, sloopte het gedeelte van de maquette en herbegon in alle kalmte en zonder één woord.

Na één jaar resulteerde dit geheel in een maquette van 3 m x 1,50 m. De hoeveelheid tubes lijm en verf zou ik niet meer durven te vernoemen, ook de uren niet die dat gekost moet hebben, en steeds op dezelfde kalme toon: “Je doet het graag of niet”.

De verhuis naar de tentoonstelling was ook nog een kleine expeditie op zichzelf, doch met de logistieke steun van Velzeke en een vrachtwagen kwam alles zonder problemen terecht. Na de tentoonstelling is de maquette overgebracht naar de boerderij van de intussen overleden ereburgemeester van Gijzegem, de heer Lejuste, waar ze nu staat te wachten op een eindbestemming.

Johnny tracht ons wegwijs te maken in de maquettebouw.

Johnny tracht ons wegwijs te maken
in de maquettebouw.

 
De verhuis naar de tentoonstellingsruimte.

De verhuis naar de tentoonstellingsruimte.

   
De maquette tijdens de opbouw van de tentoonstelling.

De maquette tijdens de opbouw
van de tentoonstelling.

De samenwerking met PAM-Velzeke

“Knijp me in de arm want ik geloof het niet”, dat waren de eerste woorden die ik mompelde toen we die bewuste woensdagnamiddag de archeologische bibliotheek verlieten. Nochtans was het ons gedane aanbod geen fantasie maar werkelijkheid. Toen we tijdens ons opzoekingswerk in de bibliotheek werden aangesproken door een vriendelijke man die ons beleefd vroeg wat we daar deden, stelde ik onze werkgroep voor en ook ons project. Deze heer luisterde aandachtig en geboeid naar mijn uiteenzetting. Ik vertelde hem ook van het probleem van de tentoonstellingskasten. Toen mijn pleidooi was geëindigd zei hij: “Dat kan toch geen probleem zijn. Wilt u even meekomen naar mijn bureau?” Nog altijd niet wetende met wie ik de eer had, volgde ik hem. Eens in zijn kantoor stelde hij zich voor als de hoofdconservator van het PAM- Velzeke prof. Marc Rogge, zelf auteur van verschillende wetenschappelijke archeologische werken. Heel rustig zei hij me dat een samenwerking voor de organisatie van onze tentoonstelling gemakkelijk kon via een samenwerking met het PAM-Velzeke. Dit zou zeker niet ons eerste project zijn, wist hij me te vertellen. De overeenkomst was vlug gemaakt. Wij zorgden voor de uitwerking van de tentoonstelling, het materiaal, de verzekeringen en de teksten voor de bijgaande brochure. Het PAM zou zorgen voor de logistieke steun, kasten, verlichting, personeel om de tentoonstelling op te zetten, lay-out van de brochure en de affiche. We spraken af dat we elke maand een werkvergadering zouden houden in het museum te Velzeke om de vorderingen en de voorkomende problemen op te lossen.

 
2007-01-27 b 1169463562

Zoals steeds werden we bij elke werkvergadering hartelijk ontvangen aan de balie van het museum.

 
Sfeerbeeld van één van de vele werkvergaderingen. Van links naar rechts: Johnny De Mol, Willy Van Paepeghem, An Van Den Brempt, Romain De Moor, Marc Rogge.

Sfeerbeeld van één van de vele werkvergaderingen.
Van links naar rechts: Johnny De Mol, Willy Van
Paepeghem, An Van Den Brempt, Romain De Moor,
Marc Rogge.

In deze periode was het regelmatig heen en weer rijden naar Velzeke voor het afleveren van teksten voor de verschillende panelen, lay-out voor de affiche en dergelijke meer. Doch was het elke maand aangenaam om naar de werkvergaderingen te gaan, want steevast kregen we op het einde van de vergadering nog een boeiende archeologische les van prof. Marc Rogge. Hij was ook een welgekomen bron van informatie voor Johnny die met de opbouw van de maquette steeds raad kon vragen van hoe of wat of waarom. Het eindresultaat van deze maquette was dan ook prachtig. Ook via het Pam kwamen we met mensen van de provincie in contact waaronder Luc Lievens die voor ons van onschatbare waarde is geweest. Ook Gudrun en Gunivière hebben voor ons prachtig werk geleverd bij het invullen van de tentoonstellingskasten. En zeker niet te vergeten de mensen van de logistieke steun die een ganse week hard hebben gewerkt bij de opbouw. We mogen er trots op zijn dat we als HK zo een professionele begeleiding hebben gekregen. Het eindresultaat was dan ook gewoon prachtig. Hier wil ik nogmaals onze dank uiten naar het PAM- Velzeke, vooral naar prof. Marc Rogge en zijn team.

 
Prof. Marc Rogge bekijkt aandachtig het fotoalbum van de opgravingen op de site Steenberg.

Prof. Marc Rogge bekijkt aandachtig het fotoalbum
van de opgravingen op de site Steenberg.

Eerste voorbereidend werk voor de tentoonstelling

Zoals reeds eerder vermeld lag het in onze bedoeling om rond het thema van de Steenberg een groots opgezette tentoonstelling te organiseren. Een werkgroep werd samengesteld binnen het bestuur van de HK Denderland. Deze bestond uit Willy Van Paepeghem, Hubert Timmerman en Romain De Moor. Johnny De Mol verleende graag zijn medewerking als losse medewerker, en Ann Van Den Brempt en Joris Sergeant, beide archeoloog en lid van de HK, zodat de kern uit zes personen zou bestaan. Patrick Monsieur fungeerde als tussenpersoon voor de HK Denderland en het museum Het Pand. Natuurlijk kregen we steeds en zonder probleem de medewerking van de overige leden van het bestuur van de HK. Dit geheel leidde tot een prachtige samenwerking. We waren van de gedachte uitgegaan om een tweeledige tentoonstelling op te zetten. Het plan was als volgt: we delen de zaal van het parochiecentrum van Hofstade in twee. Het eerste gedeelte was een totaal overzicht van “wat is archeologie?” met een kijk op de steentijden, fauna van deze periode, bronstijd en ijzertijd. Het tweede gedeelte zou volledig gewijd zijn aan het Gallo-Romeinse heiligdom van de Steenberg met de bedoeling om een groot deel van het archeologisch materiaal terug naar Hofstade te brengen. De tentoonstelling zou lopen in de maand september 2005 over in totaal negen dagen. Zij zou de naam dragen “Hofstade onder de archeologische loep”.

De eerste afspraken werden gemaakt en we kregen de toestemming van het stadsmuseum van Aalst, en het museum Het Pand van Gent om de archeologische voorwerpen in bruikleen te krijgen voor de tentoonstelling. Van Walter De Swaef, plaatselijk archeoloog en nauw verbonden met verschillende archeologische projecten kregen we het materiaal in bruikleen van de ijzertijdsites Leeds Houwken en Lange Haag te Gijzegem.

Om praktische reden en ook om geen onnodige risico’s te lopen op eventuele schade, werd er vanaf gezien het materiaal van Leuven te laten overkomen. Het ging hier trouwens om hetzelfde materiaal als dat aanwezig is in het museum van Aalst.

Nu dit alles in orde was kwam het volgende probleem aan de orde. Al dit materiaal moest onder gebracht worden in glazen kasten voor de veiligheid en voor de verzekering. “Waar halen we dit allemaal bijeen?” was in die periode mijn kopzorg nummer één.

Johnny die werd gevraagd om een maquette van de site te bouwen, nodigde ons uit om in de bibliotheek van Velzeke op onderzoek uit te gaan hoe zo’n fanum er eigenlijk uitzag. Ook hier kregen we onmiddellijk de toestemming om ons speurwerk te laten doorgaan. Achteraf is gebleken dat dit bezoek aan Velzeke het belangrijkste moment geweest was in de opbouw van onze tentoonstelling. Hierop kom ik terug in een volgend verslag.

Natuurlijk kan men wel denken dat de organisatie van deze tentoonstelling ons vooropgezette doel van de algemene inventarisatie voor een klein jaartje in een hoekje plaatste. Doch blijft deze inventarisatie het hoofddoel van dit ganse project waarbij ik me soms de vraag stelde “waarheen zal deze weg me leiden?”

 
Aandachtig opzoekingswerk in de archeologisch bibliotheek van Velzeke.

Aandachtig opzoekingswerk in de archeologisch
bibliotheek van Velzeke.

 
Johnny en Hubert op zoek in de vakliteratuur.

Johnny en Hubert op zoek in de vakliteratuur.

   

Structuur van het heiligdom

Toen in 1950 prof. dr. J. S. De Laet een grootschalig onderzoek verrichtte naar de muur die het jaar daarvoor was gevonden kon hij de structuur van het Gallo-Romeinse heiligdom vastleggen. De muur (temenos) was trapeziumvormig met een lengte van 23 m en een breedte van 15 m. De benen van het trapezium maten 48 m. De fundamenten van de muur bestonden uit blokken zwarte Doornikse kalksteen. Van de zuidoosthoek ontbraken muurresten, wellicht was daar de doorgang gesitueerd. In het midden van de omheinde temenos vond De Laet nog meer muurresten. Deze hadden een bijna vierkante vorm en waren oostelijk georiënteerd (een afwijking van 17° van het magnetische noorden). De afmetingen bedroegen: 6,75 m (O), 6,85 m (N), 6,60 m (W), 7,10 m (Z). Binnen dit vierkant dat de ruimte van de cella (heiligste ruimte) vormde bevonden zich nog muurresten. In het midden van de oostgevel was een opening van 1,20 m breed. Vermoedelijk was dit de ingang van de tempel. In de westgevel zat een opening van ongeveer 60 cm waarvan men dacht dat dit een tweede ingang was die toegang gaf tot een klein vertrek van 2 m op 2 m. Vanuit dit vertrek was een andere doorgang naar de cella. Over deze tweede ingang is er nu nog steeds discussie. De steenblokken van de fundering van het heiligdom bestonden uit op elkaar gestapelde blokken Balegemse zandsteen. Deze was niet samengehouden met mortel maar met aangestampte aarde. Verder zaten er verspreid stukken Doornikse kalksteen tussen en grote stukken tegulae. Boven deze funderingen van ongeveer 80 cm tot 1 m hoog, werd verder gebouwd met houten planken en balken. De aanwezigheid van een groot aantal nagels en ijzeren haken wijzen daarop. De dakbedekking bestond uit tegulae en imbrices, deze werden in grote getallen teruggevonden. Binnen de omheining en in de cella zelf werden er nog offerkuilen aangetroffen. Er zijn geen sporen aangetroffen van een zuilengalerij wat dit tempelgebouw onderscheidt van een Romeinse tempel. Over de inhoud hiervan zal ik het hebben in een latere blog. (Voor een ruimere beschrijving kan men terecht in de brochure “Hofstade onder de archeologische loep” uitgegeven door de HK Denderland). Deze brochure is ook te koop in het museum.

Een interpretatie op maquette van hoe de site Steenberg er vermoedelijk heeft uitgezien.

Een interpretatie op maquette van hoe de site
Steenberg er vermoedelijk heeft uitgezien.